donderdag 24 april 2014

Ziek

Het is donker als Roze Big wakker wordt. Ze rilt en voelt nat. 
-"Bah. Wie heeft het dekentje van haar afgehaald?" Dan ziet ze dat haar roze deken nog stevig om haar heen gerold zit. 
-"Waarom rilt ze dan zo?", denkt ze. 
Ook doet haar buik een beetje raar. En haar hoofd. Haar buik draait de ene kant op terwijl haar hoofd de andere kant op tolt. 
Ze weet het, ze is ziek. En alleen. Kip is een nachtje logeren bij Zwaan.
Ze zucht. Ze heeft dorst. 
-"He bah, niemand die haar even een glaasje water kan brengen. Niemand die ze even wakker kan maken." 
Ze rolt overeind. Oef! Wat een getuimel in haar hoofd! 
Zwakjes loopt ze op haar biggenpootjes naar de kraan. Daar is een glas. Voorzichtig neemt ze een slokje van het frisse water. En nog een. En nog een. Wat heeft ze een dorst! 
Ze strompelt weer terug naar haar bedje van hooi. Haar dekentje voelt klam en koud. Big rilt. 
Een dikke traan rolt over naar wang. Niemand om haar te troosten. Niemand die even een arm om haar heen slaat. Verdrietig gaat ze liggen. 
"Aan leuke dingen denken nu," zegt ze hardop. 
"Rollen in de modder is leuk." Maar nee, de moddergedachte brengt rillingen door haar lijfje. ... 
"Rennen door een veld met madeliefjes is leuk." Ze wordt duizelig van die gedachte. Nee, toch ook maar geen madeliefjes.  
"Een sappig appeltje dan? Dat is toch fijn?", Van de gedachte alleen al wordt Roze Big een beetje misselijk. Nee ook het appeltje helpt niet.
Dan hoort ze geroezemoes. Gestommel aan de deur. Er fladdert wat naar binnen.... Kip! "Ben je het echt Kip?", vraagt ze zachtjes. 
Ja, daar is Kip. Een beetje verbaasd dat Big wakker is maar als ze wat beter kijkt snapt ze direct waarom. Ze slaat haar warme vleugel om haar vriendinnetje heen. 
"Dat is fijn", knort Big en ze wordt gelijk een beetje warmer. En een beetje minder duizelig. 
Dan vraagt ze "waarom ben je nu al terug, Kip?"
Kip wordt een beetje rood.  "Ik, eh..., kon niet zo goed slapen in het nest van Zwaan." 
Ze schaamt zich. Het is altijd hetzelfde: Big is nooit ergens bang voor. Big stapt zo een onbekend avontuur in. Kip niet. Kip heeft het liefst haar eigen stok, haar eigen bordje. Haar eigen vertrouwde thuis. 
"Oh lieve,  lieve Kip, wat ben ik blij dat jij mij niet bent", knort Big. 
En Big voelt zich een stuk minder koud. Een stuk minder ziek ook. 
"Morgen...., morgen ga ik samen met Kip door de wei met madeliefjes rennen en rollen", denkt ze.  Die mooie gedachte maakt dat ze zich een stuk beter voelt. 
Haar oogjes vallen eindelijk dicht en al snel is Big in een diepe slaap. 

Kip klimt op haar stok en is voor een keer blij dat ze zo'n huismus is. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten