Big en Kip moeten voor een tijdje uit logeren.
Het dak van hun stal lekt. Na een flinke storm is er een heel grote tak bovenop gevallen.
Eerst leek alles goed maar al snel ging het van drup drup drup. Drupperdedrup.
- "Er zit niets anders op", zegt Boer, "het dak moet eraf!" "En jullie Big en Kip, moeten een tijdje uit logeren."
Met hun koffertje gaan ze op weg naar boer Buurman.
Daar mogen ze een tijdje bij de zusjes van Kip wonen. En Haan.
Boer Buurman loopt voorop naar de kippenren.
Er is hevig gekakel, alle kippetjes zijn zo opgewonden hun lieve zus Kip weer te zien.
De eerste dag is heel gezellig.
Eindeloos kakelen de kippenzusjes en ze halen samen met Big alle gemiste tijd in.
Big vermaakt zich prima. Ze luistert graag naar alle verhalen.
Ook de tweede dag is heerlijk.
Haan is een echte gastheer en doet zijn uiterste best voor zijn logeetjes Kip en Big.
De ochtend van de derde dag blijft Kip op haar stok.
Big komt haar halen voor het ontbijt. Ze heeft geen trek.
Big loopt een beetje verbaasd weg.
Als ze later op zoek gaat naar Kip, vindt ze haar nog steeds op haar logeerstok.
Kip voelt zich niet lekker.
- "Heb je het koud?", vraagt Big.
Kip schudt van nee.
- "Heb je dan buikpijn?"
Ook nu weer schudt Kip met haar kopje.
- "Nee, buikpijn heeft ze niet."
- "Wat is er dan?", knort Big bezorgd.
Kip haalt haar vleugeltjes op. Ze weet het niet. Ze weet alleen dat ze zich niet lekker voelt.
Big besluit haar oudste kippenzusje te halen, Tok.
Tok heeft altijd de mooiste verhalen. Misschien voelt Kip zich na een mooi verhaal wat beter.
Tok nestelt zich dicht naast Kip op de stok en begint te vertellen.
Kip luistert stilletjes.
Het is een prachtig verhaal maar beter voelt ze zich niet.
Big loopt naar Piep.
Piep is het op een-na-jongste zusje van Kip en weet altijd de lekkerste hapjes bij elkaar te scharrelen.
Als Piep hoort van Kip fladdert ze direct weg.
Even later komt ze met een mandje aanzetten. Ze zet het voorzichtig voor Kip neer.
Met een scheef kopje gluurt ze naar haar kippenzusje.
Kip tuurt in het mandje. Heel lang.
Het zijn allemaal verrukkelijke hapjes.
Een paar geroosterde zonnebloem pitjes. Drie goudgele sappige maiskorreltjes en een mals roze wormpje.
Piep heeft er een paar mooie madeliefjes bij gedaan voor de sier.
- "Ik heb niet zo'n trek", tokkelt Kip. "Geef maar aan onze zusjes."
Daar komt Haan. Hij kijkt bezorgd.
- "Wat is hier aan de hand?", kraait hij zacht.
- "Ik voel me niet lekker", piept Kip.
- "Dat is heel naar", zegt Haan.
- "Weet je wat? Het eitje van vanochtend mag je houden. Helpt dat een beetje?"
- "Kwee nie", tokkelt Kip. Maar ze vindt het wel reuze lief van Haan.
Een heel dikke traan biggelt langzaam uit haar oog.
Big kijkt geschrokken. Kip die huilt? Dat is nog nooit gebeurd.
- "Ik ga boer Buurman halen", roept ze.
En weg is Big.
Even later stapt niet alleen boer Buurman binnen maar ook boer Boer.
- "Ik zie het al", zegt hij.
- "Ik weet precies wat mijn Kip nodig heeft. Big, pak de twee koffertje maar snel in. Jullie gaan naar huis."
Even later staan Big en Kip voor hun stal.
Het dak is niet meer groen maar prachtig rood.
De deur heeft een fris nieuw verflaagje gekregen.
Er hangt een bordje bij: WELKOM THUIS.
Als ze de deur open doen, verschijnt er een glimlach om de snavel van Kip.
Ze fladdert snel naar haar stok.
Big knort blij. Ze snapt het nu.
- "Kip had heimwee en dat maakte haar een beetje ziek!"
Big's staartje krult nu nog meer. Van puur plezier.
[Foto: IntiBlufft]



