dinsdag 16 december 2014

Logeren


Big en Kip moeten voor een tijdje uit logeren.
Het dak van hun stal lekt. Na een flinke storm is er een heel grote tak bovenop gevallen.
Eerst leek alles goed maar al snel ging het van drup drup drup. Drupperdedrup.
- "Er zit niets anders op", zegt Boer, "het dak moet eraf!" "En jullie Big en Kip, moeten een tijdje uit logeren."
Met hun koffertje gaan ze op weg naar boer Buurman.
Daar mogen ze een tijdje bij de zusjes van Kip wonen. En Haan.
Boer Buurman loopt voorop naar de kippenren.
Er is hevig gekakel, alle kippetjes zijn zo opgewonden hun lieve zus Kip weer te zien.
De eerste dag is heel gezellig.
Eindeloos kakelen de kippenzusjes en ze halen samen met Big alle gemiste tijd in.
Big vermaakt zich prima. Ze luistert graag naar alle verhalen.
Ook de tweede dag is heerlijk.
Haan is een echte gastheer en doet zijn uiterste best voor zijn logeetjes Kip en Big.
De ochtend van de derde dag blijft Kip op haar stok.
Big komt haar halen voor het ontbijt. Ze heeft geen trek.
Big loopt een beetje verbaasd weg.
Als ze later op zoek gaat naar Kip, vindt ze haar nog steeds op haar logeerstok.
Kip voelt zich niet lekker.
- "Heb je het koud?", vraagt Big.
Kip schudt van nee.
- "Heb je dan buikpijn?"
Ook nu weer schudt Kip met haar kopje.
- "Nee, buikpijn heeft ze niet."
- "Wat is er dan?", knort Big bezorgd.
Kip haalt haar vleugeltjes op. Ze weet het niet. Ze weet alleen dat ze zich niet lekker voelt.
Big besluit haar oudste kippenzusje te halen, Tok.
Tok heeft altijd de mooiste verhalen. Misschien voelt Kip zich na een mooi verhaal wat beter.
Tok nestelt zich dicht naast Kip op de stok en begint te vertellen.
Kip luistert stilletjes.
Het is een prachtig verhaal maar beter voelt ze zich niet.
Big loopt naar Piep.
Piep is het op een-na-jongste zusje van Kip en weet altijd de lekkerste hapjes bij elkaar te scharrelen.
Als Piep hoort van Kip fladdert ze direct weg.
Even later komt ze met een mandje aanzetten. Ze zet het voorzichtig voor Kip neer.
Met een scheef kopje gluurt ze naar haar kippenzusje.
Kip tuurt in het mandje. Heel lang.
Het zijn allemaal verrukkelijke hapjes.
Een paar geroosterde zonnebloem pitjes. Drie goudgele sappige maiskorreltjes en een mals roze wormpje.
Piep heeft er een paar mooie madeliefjes bij gedaan voor de sier.
- "Ik heb niet zo'n trek", tokkelt Kip. "Geef maar aan onze zusjes."
Daar komt Haan. Hij kijkt bezorgd.
- "Wat is hier aan de hand?", kraait hij zacht.
- "Ik voel me niet lekker", piept Kip.
- "Dat is heel naar", zegt Haan.
- "Weet je wat? Het eitje van vanochtend mag je houden. Helpt dat een beetje?"
- "Kwee nie", tokkelt Kip. Maar ze vindt het wel reuze lief van Haan.
Een heel dikke traan biggelt langzaam uit haar oog.
Big kijkt geschrokken. Kip die huilt? Dat is nog nooit gebeurd.
- "Ik ga boer Buurman halen", roept ze.
En weg is Big.
Even later stapt niet alleen boer Buurman binnen maar ook boer Boer.
- "Ik zie het al", zegt hij.
- "Ik weet precies wat mijn Kip nodig heeft. Big, pak de twee koffertje maar snel in. Jullie gaan naar huis."
Even later staan Big en Kip voor hun stal.
Het dak is niet meer groen maar prachtig rood.
De deur heeft een fris nieuw verflaagje gekregen.
Er hangt een bordje bij: WELKOM THUIS.
Als ze de deur open doen, verschijnt er een glimlach om de snavel van Kip.
Ze fladdert snel naar haar stok.

Big knort blij. Ze snapt het nu.
- "Kip had heimwee en dat maakte haar een beetje ziek!"
Big's staartje krult nu nog meer. Van puur plezier. 


[Foto: IntiBlufft]

woensdag 3 september 2014

Big(ge)dicht



Big komt gezellig bij me zitten. 
Ze vraagt me wat ik aan het doen ben. 
Ik vertel haar dat ik gedichtjes aan het schrijven ben. 
Ze scrollt rustig door haar Blogpost en leest aandachtig een aantal gedichtjes.
Dan roept ze verheugd: Plop? Gloep? Blop? Ha, dat kan ik ook hoor! 
Laat maar zien, zeg ik en ik duw haar mijn iPhone in de pootjes. 
Ze klikt een nieuwe notitie aan en tikt driftig op het apparaatje. 
Warempel. Mijn kleine Big kan dichten! En hoe!
 
Hond blaft: ram!
Ram blert: lam!
Lam mekkert: walvis!
Walvis huilt: hagedis!
Hagedis lispelt: koe!
Koe loeit: kaketoe!
Kaketoe krast: luipaard!
Luipaard brult: paard!
Paard hinnikt: muis!
Muis piept: struis!
Struis: roep Big!
Big knort: punt! Uit!

Dat was leuk, zegt Big en geeft me mijn telefoon weer terug. 

Ze denkt na en zegt: gedichtjes zijn fijn maar wanneer ga je weer eens over mij vertellen? 
Ik bloos. Snel, antwoord ik. 
Beloof je dat echt?, vraagt ze.
Ik beloof het. Roze Big knort tevreden, mooi zo.

Waarvan graag akte lieve Lezer. En ik? Ik druk snel op 'save'. Blij met mijn Biggedicht.


[Foto: IntiBlufft]

donderdag 28 augustus 2014

Kolibrie


Krachtige vleugeltjes
dragen je teer lijfje
van bloem tot bloem.

Driftig zoemende vleugels
geven dat lijfje balans.
Een snavel zoekt gulzig
en drinkt het zoete vocht.

Zo snel die vleugeltjes!
Zo vlot die tong!
Een klein vederlicht wonder
vloog vandaag voor mijn raam.



[Foto: IntiBlufft]

Parels



De diepe warme glans
weerkaatst onze regenboog.
Gevangen in hun oester
ontwikkelt zich een rijk palet.
Verraden kleuren de vele emoties.

Inktzwart
weerspiegelt de wanhopige ziel.
Teder wit
wellicht voor een kwetsbaar mens.
Zacht blauw tot violet
Voor jou. Voor mij.
Fragiel geel
geschonken aan pasgeboren leven.

Zoveel kleuren die veranderen.
Kunnen veranderen.
Mogen veranderen en
soms moeten veranderen.

Een onbeschrijflijke rijkdom
voor wie durft te kijken,
voor wie durft te leven.
Voor wie de oester opent
en de parel in de hand neemt.


[Foto: IntiBlufft]

maandag 18 augustus 2014

34


Gebogen over de witte tafel
met de rug naar ons toe.
Zacht neuriƫnd
en turend naar de chaos van gesneden karton.
Het zonlicht valt op het koele blad wat mijn tafel nu is.

Honderden stukjes wachten af
tot handen orde scheppen. 
In kleur. In vorm.
In uren van concentratie
en dagen van eindeloos geduld 
groeit langzaam een patroon
op die witte tafel.

Vandaag zie ik ze weer liggen
op jouw tafel. Mijn tafel.
Vierendertig in totaal.
Stuk voor stuk zo bijzonder;
de puzzel van jou leven.

Dat lijkt eenvoudig
maar was het niet. 
De kunst van een heel leven
in slechts 34 stukjes
dat kon alleen jij. 
Niet incompleet ook
maar gewoon schitterend klaar.

donderdag 19 juni 2014

Meermin


Ze neemt me bij de hand
en leidt me over het strand
tot aan de waterlijn.
Stil turen we naar de horizon.
Turen we naar oneindig niets
en zakken tenen steeds dieper in het zand.

Met haar hand in de mijne
wacht ik rustig af.
Wacht ik tot vier voeten verdwijnen.
Witte puntjes aan de horizon
wenken vrolijk naar ons.

Roerloos staan we aan de waterkant,
kleine vingers stevig in mijn hand.
Ze sluit haar ogen
en ik duik met haar mee.
Verwonder me over haar wereld
en dat ze de weg zo weet.

Een wereld vol kleur en spektakel.
Een wereld van stille muziek.
Twee staarten zwemmen dieper en dieper,
verder en verder.
Ze kent de weg
en neemt me mee
de omgekeerde wereld in.

Ik kom boven en kijk om. 
Zie om naar de waterkant
waar ze stil nog staan. 
Hand in hand, 
hun tenen diep in het zand.
Geduldig wachten ze
met gesloten ogen
en delen dezelfde droom.
Mijn meermin en ik.



[Foto: IntiBlufft]



dinsdag 3 juni 2014

Zonder titel

Wonderlijk,
hoe een stem zo helder spreekt!
Luid galmend overtuigt
waardoor de ander eerbiedig zwijgt.
Simpel om overeind te blijven.
Voor ons.
Voor mij.
Laten we jou vallen.

Wat is een keuze?
Wat een beslissing?
Als Ratio spreekt
of als Emotie zwijgt?
Een antwoord om het vertrouwde leven voort te zetten
waar het ook opnieuw had kunnen worden ingericht.
Kiezen wij,
besluit ik
om jou te vergeten.

[31 mei 2014]


woensdag 14 mei 2014

Plop! Gloep! Blop!

Plop!
Ineens was je er.
Ik snap nog steeds niet hoe.
Alle barricades gewoon genegeerd
en een lichaam overwonnen.

Plop!
Zo nestel je je vlot
en overdondert ons met emoties.
Welles-Nietes.
Wat nu?

Plop waarom ik?
Plop waarom wij?
Plop waarom jij?
Nu?

Plop!
Vertel me je plan.
Je idee om te blijven
of terloops weer te gaan.

Gloep!
Daar kwam ook Blob!
Blob en Plop dat is veel.
Heel veel.
Teveel.
En ik te oud.

He? Waarom zitten jullie daar?
Blob groot en dreigend,
Plop klein en timide.
Wat is het plan?

Plop! Blob!
Jullie moeten gaan,
het is laat.
Te laat.
Kleine Plop eerst
En Blob dan jij...

Echt. 
Het is te veel,
te laat,
Te 43 ook.
Gloep.


woensdag 7 mei 2014

Mrs. Lillington

Daar sta je.
Getekend door het leven
maar zo statig en gracieus.
Je schenkt me een zachte grijze blik
door de sluiers van je ogen.
Wazig. Ook hier heeft de tijd vat.

Een deur gaat open,
een zacht tapijt valt teder neer.
Kust liefdevol mijn zere tenen.
Ik volg de hand die me leidt
naar de warmte van je buik.
Zoete kruidige geuren kalmeren en
ik voel me geborgen. Veilig.
Als een kind op ontdekkingstocht volg ik je knokige wervels.
Slingerend omhoog naar
eindeloze kamers vol verhalende herinneringen.
Verhalen die kraken en zuchten
maar nooit klagen.
Je glimlacht me bemoedigend toe
als zoete muziek klinkt. Ik volg
en klim op je moederschoot.
Kijk in je vuur en luister
vol aandacht naar die stem
waarvan de diepe klanken verworden tot geschiedenis.
Iedere dag weer
totdat het ook de mijne wordt.
Dan, komt veel te vroeg het afscheid.
Dat onvermijdelijke afscheid van een oude dame.
En toch, mijn lieve Mrs. Lillington.
Ze zal mij overleven. En jou. Heus.
Ze is de houder van ons vluchtig bestaan.
Slechts de herinnering leeft voort en
wordt gekoesterd in haar kamers
voor een ieder die het horen wil.

donderdag 24 april 2014

Ziek

Het is donker als Roze Big wakker wordt. Ze rilt en voelt nat. 
-"Bah. Wie heeft het dekentje van haar afgehaald?" Dan ziet ze dat haar roze deken nog stevig om haar heen gerold zit. 
-"Waarom rilt ze dan zo?", denkt ze. 
Ook doet haar buik een beetje raar. En haar hoofd. Haar buik draait de ene kant op terwijl haar hoofd de andere kant op tolt. 
Ze weet het, ze is ziek. En alleen. Kip is een nachtje logeren bij Zwaan.
Ze zucht. Ze heeft dorst. 
-"He bah, niemand die haar even een glaasje water kan brengen. Niemand die ze even wakker kan maken." 
Ze rolt overeind. Oef! Wat een getuimel in haar hoofd! 
Zwakjes loopt ze op haar biggenpootjes naar de kraan. Daar is een glas. Voorzichtig neemt ze een slokje van het frisse water. En nog een. En nog een. Wat heeft ze een dorst! 
Ze strompelt weer terug naar haar bedje van hooi. Haar dekentje voelt klam en koud. Big rilt. 
Een dikke traan rolt over naar wang. Niemand om haar te troosten. Niemand die even een arm om haar heen slaat. Verdrietig gaat ze liggen. 
"Aan leuke dingen denken nu," zegt ze hardop. 
"Rollen in de modder is leuk." Maar nee, de moddergedachte brengt rillingen door haar lijfje. ... 
"Rennen door een veld met madeliefjes is leuk." Ze wordt duizelig van die gedachte. Nee, toch ook maar geen madeliefjes.  
"Een sappig appeltje dan? Dat is toch fijn?", Van de gedachte alleen al wordt Roze Big een beetje misselijk. Nee ook het appeltje helpt niet.
Dan hoort ze geroezemoes. Gestommel aan de deur. Er fladdert wat naar binnen.... Kip! "Ben je het echt Kip?", vraagt ze zachtjes. 
Ja, daar is Kip. Een beetje verbaasd dat Big wakker is maar als ze wat beter kijkt snapt ze direct waarom. Ze slaat haar warme vleugel om haar vriendinnetje heen. 
"Dat is fijn", knort Big en ze wordt gelijk een beetje warmer. En een beetje minder duizelig. 
Dan vraagt ze "waarom ben je nu al terug, Kip?"
Kip wordt een beetje rood.  "Ik, eh..., kon niet zo goed slapen in het nest van Zwaan." 
Ze schaamt zich. Het is altijd hetzelfde: Big is nooit ergens bang voor. Big stapt zo een onbekend avontuur in. Kip niet. Kip heeft het liefst haar eigen stok, haar eigen bordje. Haar eigen vertrouwde thuis. 
"Oh lieve,  lieve Kip, wat ben ik blij dat jij mij niet bent", knort Big. 
En Big voelt zich een stuk minder koud. Een stuk minder ziek ook. 
"Morgen...., morgen ga ik samen met Kip door de wei met madeliefjes rennen en rollen", denkt ze.  Die mooie gedachte maakt dat ze zich een stuk beter voelt. 
Haar oogjes vallen eindelijk dicht en al snel is Big in een diepe slaap. 

Kip klimt op haar stok en is voor een keer blij dat ze zo'n huismus is. 

Loslaten


Los.
Laten.
Loslaten.
Losssssslaten.
Loslaaaaaten.
Laat los.
Nu.
Ik.

maandag 3 maart 2014

De Engel

Ik ril en het vuur laait op.
Buiten trekt de kou door de straten van mijn dorp,
zoekt gulzig een weg door de kieren.
Op zoek naar de warmte van de stad.
Een slapend lichaam onder de brug is verloren.

Wie denkt aan hen?
Wie roept hen aan?
Wie gooit een deken toe?
De Engel van Lower Wacker.

En de kou sluipt voort,
zoekt een weg langs bruggen en stegen.
Raast door bossen en over de prairie.
Rooft een hert, verslindt een eekhoorn
en pakt wat hij pakken kan.

Wie zoekt hen op?
Wie reikt hen een hand?
Wie verwarmt hun buitenhuis?
De Engel van Lower Wacker.

Ik wens een nacht zonder dolende zielen
waarin de sporen van de kille kou
worden gewist door een engel.
De Engel van Lower Wacker.


woensdag 19 februari 2014

Nachtvlinders

Nachtvlinders strijken neer en
trekken geruisloos door de stad.
Omhelzen de eenzame donk're nacht.
Verlichten straten met hun feest
en verwarmen de gevels met hun lied.
Zo even een kinderkoor.
Hun vleugels glijden over de glanzende keien;
omhoog, omlaag als deinende golven.
Nooit alleen, altijd samen.
Tot het ochtendgloren
hun schimmen vervaagt
en wij ontwaken.

donderdag 6 februari 2014

Boo!

I am sitting in the bath,
having a laugh,
doing something I shouldn't do.
My mum comes in
and I say "boo!"
That's what I do.

(door Roze :-)

woensdag 8 januari 2014

Tweet

Come little bird
Come little bird
I am waiting for you
The sun goes down
The moon comes up
The moon goes down
The sun comes up
And finally you're here

(door Roze :-)