luchtige zomer die lacht.
Lacht naar een zonnestraal. Overal.
De warmte op haar huid,
de zomer die haar kust. Omhelst.
Winterse kilte loert aan de horizon.
Niemand die het voelt,
niemand die vermoedt.
Ook zij niet.
Daar danst ze,
een geurende bloem die bloeit,
het leven drinkt en opzuigt.
De felle kleur van haar gelakte tenen
doen een eindeloze zomer vermoeden.
Gerommel in de verte.
Niemand die het hoort,
niemand die vermoedt.
Haar zomergeluk al helemaal niet.
Daar zit ze,
het jonge lichaam wreed wakker geschud.
Ze kijkt naar gebladderde rode teennagels,
haar bruine huid verbleekt.
Ze huilt de zomer weg.
En de regen slaat genadeloos neer.
Niemand die het merkt,
Of iemand die weet.
Zij wel.
Daar gaat ze.
Vastbesloten in haar strijd
tegen de olievlek die haar vervuilt.
Wit en zwart strijden nijdig,
een regenboog dreigt te verbleken.
En de blinde ziet,
de dove hoort,
de stomme praat.
En zij voelt als geen ander,
hoopt als geen ander op de dag dat
ze weer is, een luchtige zomer die lacht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten